De hersenen van alle zoogdieren delen bepaalde structuren en eigenschappen. In zoogdieren wordt de primitieve agressieve impuls aangedreven vanuit de hypothalamus, waar deze drift een ongerichte (reflexieve) en onverfijnde (aan/uit) vorm aanneemt. Prikkeling van de hypothalamus veroorzaakt razernij, aanvallen en hyperagressie. Er is onmiddellijke ontlading van spanning zonder zorg om of begrip voor de consequenties van het gedrag. Vernietiging van de hypothalamus resulteert in het uitblijven van al het agressieve gedrag. De amygdala (een recentere structuur in de hersenen van zoogdieren) beheerst hogere emoties en is zelfs in staat de primitieve emoties uit de hypothalamus onder controle te houden. Vernieling van (delen van) de amygdala verhindert het dier in het aanpassen van de reacties aan de sociale normen van de soort. De (pre)frontale cortex zorgt voor het beheersen van gedrag dat aan de driften ontspringt. Beschadiging van de (pre)frontale cortex resulteert in een toename van agressie als middel in het beslechten van sociale conflicten. Ook neurotransmitters spelen een rol in agressief gedrag. (Peremans 2002, p. 159, passim)
Typerend van de vechthondenrassen is wat Peremans in haar proefschrift ‘impulsieve agressie’ noemt (Peremans 2002): ‘agressieve aanvallen zonder waarschuwing vooraf, en daarom onvoorspelbaar van aard’ (p. 178). Peremans heeft impulsieve agressie in twee groepen honden onderzocht, in de hoop erachter te komen wat de oorzaak is.
Peremans wijst erop dat verschillende soorten agressie zijn aangedreven door verschillende neuronale en hormonale mechanismen, en dat elke soort agressie een aangepaste respons op omgevingsfactoren kan zijn. Denk aan moederlijke agressie, territoriale agressie, of agressie ter zelfverdediging. Echter, er is een verschil tussen deze vormen van agressie en de abnormale, ongeremde agressie die sommige honden tonen – deze dient geen natuurlijke functie en is niet te voorspellen. (Peremans 2002, passim).
Peremans heeft twee populaties impulsief-agressieve honden onderzocht. Al deze honden hadden ten minste één keer een aanval uitgevoerd zonder waarschuwing vooraf, en alle aanvallen waren buiten alle verhouding tot omgevingsprikkels. Peremans vond een significant verschil tussen de frontale en temporale cortex van deze honden in vergelijking met andere honden. Dit suggereert een verminderd vermogen om de cognitieve functie in te schakelen in het organiseren van aan de omgeving aangepaste plannen en gedrag (Peremans, p. 164). Zij vond significante gebreken in het functioneren van het serotonerge systeem in de impulsief-agressieve honden – gebreken die in veel soorten een bewezen verband hebben met abnormale, impulsieve agressie (ibid, p. 163).
De honden die zij onderzocht waren van verschillende hondenrassen, gekozen zuiver op basis van getoond gedrag. Met andere woorden, Peremans was niet in een bepaald ras geďnteresseerd, maar in het mechanisme achter de onvoorspelbare en bijzonder felle aanvallen. Zij vond inderdaad dat hetzelfde mechanisme ten grondslag ligt aan impulsieve agressie in alle honden die in het verleden deze ongeremde aanvallen hadden uitgevoerd. Noch het geslacht van de hond, noch een eventuele castratie. bleken invloed op het gedrag te hebben.
Een tweede onderzoek (Van den Berg 2006) onderzocht of impulsieve agressie erfelijk is, en zo wel of de verantwoordelijke genen konden worden geďsoleerd. Het onderzoek vond dat het gedrag in hoge mate erfelijk is. Zij kon de onderliggende genen niet isoleren. Dat geeft niet. Fokkers selecteren toch zonder genen te laten onderzoeken. Ze kijken gewoon naar gedrag en fokken met de honden die het gedrag het sterkst tonen. Feitelijk zijn de vechthondenrassen al honderden jaren gericht gefokt om deze sterk overerfbare hersenafwijkingen te dragen.
Niet alleen het lichaam, maar ook het brein van de vechthondenrassen is anders dan bij normale honden. Zie ook: Erfelijkheid van het gedrag in de abnormaal agressieve hond, Alexandra Semyonova, 2006
Proefschrift van Kathelijn Peremans, University of Ghent, Faculty of Veterinary Medicine, 2002.
Genetics of aggressive behaviour in Golden Retriever dogs
Proefschrift van Linda van den Berg Universiteit van Utrecht, 2006 (met een samenvatting in het nederlands). Terug naar de feiten Volgende feit
|